Magazine wordt geladen…
  • 5. Waterkwaliteit
    en ecologie

    • Onze speerpunten
    • Werken aan waterkwaliteit in de periode tot en met 2027
    • Ons werk in de praktijk
  • Slide 1

    Het water is schoon en
    natuurlijk ingericht

    Meer dan 250 kilometer watergang hebben de laatste decennia weer een natuurlijker inrichting gekregen. De waterkwaliteit in onze beken en sloten is enorm verbeterd. We zien al langere tijd dat de verbetering stagneert en dat er nieuwe bedreigingen verschijnen, zoals medicijnresten en plastics. Alleen herinrichten van beken en verbeteren van onze rioolwaterzuiveringsinstallaties is onvoldoende om in 2027 de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) te halen. We moeten ook samen de andere bronnen van verontreiniging, zoals landbouw, industrie en inwoners aanpakken, ook over de landsgrenzen heen. En daarbij kijken we niet alleen naar technische oplossingen, maar ook naar ruimtelijke maatregelen.

    Onze speerpunten:


    • Gebiedsgerichte aanpak waterkwaliteit
    • Beekherstel voortvarend doorzetten
    • Pilots integrale beekdalontwikkeling
    • Aandacht voor biodiversiteitsherstel in al onze werkzaamheden

  • Waar gaat het over?

  • Werken aan waterkwaliteit in de periode tot en met 2027

    • We pakken bronnen van watervervuiling aan
    • We geven beken en beekdalen een natuurlijke inrichting
    • We bevorderen biodiversiteit
    • We controleren de veiligheid van zwemwaterlocaties

    Bekijk de kaart met maatregelen

    We controleren de veiligheid van zwemwaterlocaties

    • We meten de zwemwaterkwaliteit op de aangewezen zwemwaterlocaties en nemen maatregelen als deze niet voldoet.
    • We adviseren beheerders van zwemlocaties.

  • We pakken bronnen
    van watervervuiling aan

    • We pakken watervervuiling integraal en gebiedsgericht aan
    • We onderzoeken de aanpak van 'opkomende stoffen'
    • We reguleren directe lozingen van ongezuiverd water op watergangen
    • We adviseren proactief over indirecte lozingen
    • We zorgen dat onze rioolwaterzuiveringen bijdragen aan de KRW-doelen
    • We maken samen met gemeenten afspraken over de riooloverstorten
    • We adviseren over waterkwaliteit in plannen van derden
    • We accepteren alleen schoon regenwater
    • We stimuleren gedragsverandering bij burgers en bedrijven
    • We sturen mee op lagere agrarische emissies
    • We houden bronnen van drinkwater schoon
    • We beperken samen de hoeveelheid zwerfafval

    We pakken watervervuiling integraal en gebiedsgericht aan

    Per gebied weten we wat de oorzaken van de ontoereikende waterkwaliteit zijn en welke maatregelen mogelijk zijn. We kiezen samen met de betrokken partners het pakket maatregelen dat met de laagst mogelijke maatschappelijke kosten het grootste effect heeft.

    We onderzoeken de aanpak van
    'opkomende stoffen'

    De aanpak van ‘opkomende’ stoffen in het watersysteem wordt getrokken door het Rijk. Als waterschap onderzoeken we de aanwezigheid van deze stoffen in het watersysteem en doen aan voorlichting hierover. Voor medicijnresten zetten we vooral in op het verwijderen in de rioolwaterzuiveringsinstallaties. Mensen zullen immers altijd medicijnen nodig hebben.

    Bekijk
    video

    We reguleren directe lozingen van ongezuiverd water op watergangen

    Het gaat hier om een beperkt aantal industriële lozingen en agrarische lozingen. Deze zijn alleen onder specifieke voorwaarden toegestaan. We handhaven, we verankeren normen in onze Waterschapsverordening en voeren overleg met bedrijven en sectoren om lozingen te verminderen of zelfs te stoppen.

    We adviseren proactief over indirecte lozingen

    Het gaat hier om lozingen op de gemeentelijke riolering. Het waterschap biedt proactief advies aan bij de vergunningverlening.

    We zorgen dat onze rioolwaterzuiveringen bijdragen aan de KRW-doelen

    Voor onze rioolwaterzuiveringsinstallaties gelden normen voor stikstof, fosfor, chemisch en biologisch zuurstofverbruik en onopgeloste stoffen. Aanvullend daarop heeft elke zuivering specifieke normen voor stikstof en fosfaat om te kunnen voldoen aan de KRW-doelen. Deze verschillen per zuivering en zijn strenger dan landelijk voorgeschreven.

    We maken samen met gemeenten afspraken over de riooloverstorten

    Rioolstelsels hebben uitlaten voor als er meer regen valt dan het systeem aan kan. Deze riooloverstorten lozen dan verdund rioolwater op een watergang. Onze stip op de horizon is dat er in 2050 in Limburg helemaal geen overstorten meer nodig zijn. Voor de periode tot 2027 hebben we een tussendoel dat is gebaseerd op de kwetsbaarheid van het ontvangende oppervlaktewater en dat aansluit op de KRW. Gemeenten en waterschap maken afspraken over de maatregelen en de planning ervan. Uitgangspunt is dat in 2027 alles is uitgevoerd. In de planperiode verkennen we of een meetverplichting toegevoegde waarde heeft.

    We adviseren over waterkwaliteit in plannen van derden

    Waterkwaliteit is een integraal onderdeel in onze advisering in plannen van derden. We kijken zowel naar het oppervlaktewater als naar grondwater en hanteren onze wettelijke bevoegdheden en bijbehorende toetsingskaders.

    We accepteren alleen schoon regenwater

    We wijzen initiatiefnemers bij afkoppelprojecten op het belang van de trits scheiden - schoon houden - schoon maken om verontreiniging te voorkomen. Ook in de campagne Waterklaar is aandacht voor het schoon houden van drinkwater.

    We stimuleren gedragsverandering bij burgers en bedrijven

    Met gedragsverandering voorkomen we lozing van ongewenste stoffen en materialen in de riolering, zoals overgebleven medicijnen, vochtige doekjes, mondkapjes, frituurvet en verf. Buitenshuis zien we graag onkruidbestrijding zonder chemische stoffen en het schoon houden van afgekoppeld regenwater.

    We sturen mee op lagere agrarische emissies

    Beleid rond mest en gewasbescherming wordt door het Rijk gemaakt. Als waterschap handhaven we de landelijk ingestelde teelt-, spuit- en mestvrije zones rond watergangen. In de planperiode onderzoeken we of aanpassing van de breedte van de zones nodig is. Voor directe lozingen van agrarische bedrijven verlenen we vergunning als men aan de landelijke normen voldoet en bekijken we of lokaal een aanscherping nodig is. Ook adviseren we over afstroming van verharde terreinen bij boerenbedrijven (erfafspoeling), onderzoeken we of maatregelen nodig zijn om afspoeling van akkers te verminderen, zien we toe op het verbod op zogenaamde spoelsleuven, doen we onderzoek naar de effectiviteit van subirrigatie op waterkwaliteit en betrekken we agrariërs bij waterkwaliteitsonderzoek.

    We houden bronnen van drinkwater schoon

    Samen met alle betrokkenen werken we aan het beschermen van het grond- en oppervlaktewater dat wordt gebruikt om drinkwater van te maken. Concrete maatregelen zijn beschreven in de zogenaamde drinkwaterdossiers.

    We beperken samen de hoeveelheid zwerfafval

    We doen mee aan een internationaal project om de hoeveelheid plastic en zwerfafval in grensoverschrijdende beken te verminderen.

  • We geven beken en beekdalen een natuurlijke inrichting

    • We herstellen beken waarvoor een natuurvriendelijke inrichting nodig is
    • We richten twee beektrajecten in volgens een integrale beekdalontwikkeling
    • We voeren een 100.000-bomenplan uit
    • We passen principes toe van Bouwen met Natuur

    We herstellen beken
    waarvoor een natuurvriendelijke
    inrichting nodig is

    In de periode 2022-2027 richten we 70 à 80 km beektrajecten in om te voldoen aan de Europese Kaderrichtlijn Water. Dit doen we binnen een indicatieve zone van 5 tot 30 meter breed ter weerszijde van onze huidige eigendomsgrenzen.

    We richten twee beektrajecten
    in volgens een integrale beekdalontwikkeling

    In de planperiode richten we twee beektrajecten in volgens de integrale beekdalontwikkeling. Die liggen in het stroomgebied van de Groote Molenbeek en dat van de Geul. Beekdalbreed inrichten betekent dat er voldoende ruimte is voor een natuurlijk waterregime met waterberging, hogere grondwaterstanden en natuurlijke begroeiing. Met deze maatregel worden beken veerkrachtige klimaatbuffers voor zowel droge als natte tijden, slaan we koolstof op, versterken we de biodiversiteit en verfraaien we het landschap.

    Bekijk hier de animatie over beekdalontwikkeling

    We voeren een
    100.000-bomenplan uit

    Bomen zijn belangrijk voor de waterkwaliteit omdat hun schaduw het water koel houdt en omdat wortels, takken en blad in het water het waterleven bevorderen. We zoeken naar locaties waar we met het aanplanten van bomen en door het spontaan laten ontstaan van bosstroken minimaal 50% van de lengte kunnen beschaduwen. Uiteraard kijken we naar de praktische uitvoerbaarheid.

    We passen principes toe van Bouwen met Natuur

    Door met de natuur mee te bewegen kan op eenvoudige wijze het ecosysteem worden versterkt. Voorbeelden zijn het inbrengen van dood hout, zand en grind, maar ook het planten van bomen langs beken. Door deze maatregelen ontstaat er variatie in stromingspatronen, wordt erosie en sedimentatie versterkt en ontstaan er schuilmogelijkheden voor organismen.

    • We bevorderen biodiversiteit

    • Ontwikkeling van Natura 2000 en natte natuurparels
    • We benutten kansen in onze projecten
    • We maken beschermingsplannen voor soorten
    • We stellen werkwijzen op voor specifieke soorten in beekdalen
    • We beschermen bronnen en bronbeken
    • Arnold Jansen

      Interview

      Arnold Jansen (bestuurslid)
      interviewt Barend van Maanen
      (vakspecialist ecologie)

      Bekijk het interview
    • We maken stuwen en watermolens vispasseerbaar
    • We breiden het areaal met ecologisch onderhoud uit
    • We beperken de gevolgen van droogte en hitte voor het watersysteem
    • We adviseren beheerders van plassen en vijvers

    Ontwikkeling van Natura 2000 en natte natuurparels

    De provincie is primair verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling voor natuur. Het waterschap als regionaal waterbeheerder volgt de besluiten die de provincie daarbij neemt.
    Wij hebben een directe rol in twee natte natuurparels. Daarbuiten zijn we faciliterend met het peilbeheer, voor zover dat de grondwaterstand in het gebied beïnvloedt. We kunnen maatregelen in het regionale systeem nemen, maar zonder schade toe te brengen aan anderen en als de financiering is geregeld. Vaak is functiewijziging nodig en dat is een taak van de provincie als regievoerder.
    In veel gevallen zijn interne maatregelen effectiever dan regionale. We denken met de terreinbeheerder mee over maatregelen in het gebied zelf en voeren op verzoek maatregelen uit als de financiering daarvan is geregeld. Met de provincie en andere partners verkennen we een opgavegerichte gebiedsaanpak om onze waterdoelen te combineren met die voor natuur en stikstof.

    We benutten kansen in onze projecten

    Denk bijvoorbeeld aan paaibedden voor vissen, verblijfplaatsen voor vleermuizen, nestkasten voor grote gele kwikstaart, inzaaien met inheemse bloemenmengsels voor insecten, fruitbomen voor dassen en poelen voor amfibieën.

    We maken beschermingsplannen voor soorten

    In de planperiode richten we ons op soorten waarvoor de situatie urgent is. Dat is nu al het geval voor beekprik, grote modderkruiper, de gewone bronlibel, boomkikker en kamsalamander. Daarnaast komen soorten in aanmerking die (zo goed als) uitgestorven zijn in Limburg, zoals kwabaal en Europese rivierkreeft. In de planperiode maken we de keuze, waarbij ook andere soorten in beeld kunnen komen. Om invulling te geven aan het bijenconvenant onderhouden we onze gebieden zo dat ze verbeteren als leefgebied voor bijen en andere insecten.

    We stellen werkwijzen op voor specifieke soorten in beekdalen

    Soms is een gewenste soort zo succesvol dat het problemen gaat opleveren in het watersysteem. Zo zorgen bevers met hun dammen steeds vaker voor wateroverlast en ondermijnen ze werkpaden en waterkeringen en verdringen ze andere flora en fauna. Wij stellen hiervoor een werkwijze op passend binnen de kaders van het Faunabeheerplan Bever. Waar nodig stellen we ook voor andere soorten een werkwijze op.

    We beschermen bronnen en bronbeken

    Dit zijn pareltjes van biodiversiteit door het constant stromende, koude en relatief schone water. Ze zijn daarmee ook heel kwetsbaar voor verstoring. Daarom hebben we, buiten natuurgebieden, veel bronnen en stroken eromheen verworven. We zijn in bronbeken extra alert met onze regels, waaronder een lozingsverbod, ook van regenwater. In onze eigen wateroverlastprojecten houden we water liefst zo hoog mogelijk in het stroomgebied vast en doen we mee in onderzoek. We nodigen de provincie, gemeenten en de landbouw uit om maatregelen te nemen de intrekgebieden van de bronnen veilig te stellen.

    We maken stuwen en watermolens vispasseerbaar

    Voor een aantal vissoorten is het belangrijk dat ze, uit de grote rivieren en de zee, via de Limburgse wateren hun paaigebied kunnen bereiken. Daarom lossen we knelpunten voor vismigratie op en letten we op voldoende stroming.

    Luister hier naar een radio uitzending over de terugkeer van de zalm in de Roer.

    We breiden het areaal met ecologisch onderhoud uit

    Bij ons onderhoud gaan we zorgvuldig om met planten en dieren in het water en op de oevers. We laten bij het maaien gedeelten van de begroeiing staan om planten en dieren te ontzien. We laten dood hout zo veel mogelijk in de beken liggen, omdat kleine waterdieren daar van profiteren. In de vorige planperiode hebben we de oevers waar we het maaisel afvoeren om de bodem te verschralen uitgebreid van 250 naar 650 kilometer. In deze planperiode gaan we het ecologische onderhoud verder optimaliseren en uitbreiden.

    We beperken de gevolgen van droogte en hitte voor het watersysteem

    We hebben vaker droge zomers en daardoor vaker droogval van beken en stilstaand en opwarmend water. Dit is schadelijk voor vissen, maar ook voor het kleinere waterleven. Klimaatadaptief inrichten van Limburg maakt het watersysteem robuuster en beter bestand tegen deze extremen, maar dit zal niet overal mogelijk of afdoende zijn. Dan nemen we maatregelen om de schade te beperken.

    We adviseren beheerders van plassen en vijvers

    Veel problemen zijn het gevolg van een slechte inrichting, verkeerd beheer en te voedselrijk water. Als waterschap adviseren we gemeenten en hengelsportverenigingen over structurele verbeteringen en bij acute problemen.

  • Slide 1
    Arnold Jansen

    Interview

    Arnold Jansen (bestuurslid)
    interviewt Barend van Maanen (vakspecialist ecologie)

    6 vragen aan Barend van Maanen,
    ecoloog bij het waterschap

    1. Barend, als ecoloog bij het waterschap ben je veel buiten en heb je heel veel met biodiversiteit te maken. Iedereen roept dat de biodiversiteit afneemt maar wat zie jij daar buiten nou van?

    Als ecoloog zie ik bepaalde soorten achteruit gaan in onze beken. Een van de oorzaken hiervan is klimaatverandering, met als gevolg dat beken vaker droogvallen. Dat heeft gevolgen voor gevoelige vissoorten, zoals bijvoorbeeld de beekprik. Die is nu echt aan het uitsterven in hele delen van ons beeksysteem.

    2. De beekprik, dat is toch een visje? Is dat nou zo erg als die verdwijnt?

    De beekprik is op zich een hele bijzondere soort met een hele bijzondere levenscyclus. Dus het is jammer als zoiets moois verdwijnt. Maar het probleem is natuurlijk breder. Het gaat om alle soorten die verdwijnen. Dit betekent eigenlijk dat het hele ecosysteem verstoord raakt. En we problemen krijgen zoals plagen, toename van exoten in ons water en ziekten.

    3. Als waterschap merken we dus dat de biodiversiteit verandert. Dat zie je ook aan de toename van plaagsoorten. Wat zijn dat eigenlijk, plaagsoorten?

    Dat zijn dieren of planten die een probleem vormen. Ze kunnen hier van nature thuishoren, maar het kunnen ook exoten zijn die door de mens ons land zijn binnengebracht. Zo vormt de zonnebaars een directe bedreiging voor onze watersystemen en zijn de grote waternavel en Japanse duizendknoop dermate dominant dat beken dichtgroeien. Ook met alle gevolgen van dien, tot aan wateroverlast en natschade toe.

    4. Wat doet het waterschap aan plaagsoorten zoals de grote waternavel?

    Waterschap Limburg heeft een soortennota opgesteld om in te spelen op de veranderende omstandigheden. Deze geeft ons handvatten hoe we met diverse soorten om moeten gaan. In principe zeggen we bij plaagsoorten éérst voorkomen. Daar beginnen we mee. Nu is dat bij de Niers met de grote waternavel niet meer mogelijk en moeten we alle zeilen bijzetten om hem te elimineren.

    5. Wat kunnen mensen zelf bijdragen aan het werk dat wij doen met dergelijke soorten.

    Mensen kunnen heel veel doen. In ieder geval voorkomen dat dit gebeurt. Vooral geen vijverplanten of visjes uit eigen tuinvijvers uitzetten in de natuur. Dat is enorm schadelijk, het zijn vaak planten en dieren die hier niet thuis horen.

    6. Laatste vraag….. Welke resultaten willen we nu op de lange termijn bereiken?

    We willen als Waterschap Limburg onze verantwoordelijkheid nemen voor een betere biodiversiteit. We hebben onze verantwoordelijkheid in al onze beheergebieden, de watergangen én de dijken. Zo kan bijvoorbeeld het anders maaien van dijken zorgen voor meer bloemen. Dit is weer belangrijk voor de bijen en andere insecten, die het moeilijk hebben.

  • We richten twee natuurbeken in volgens een beekdalbrede aanpak

  • Zuiveren met uitleg over medicijnresten

Home
5. Waterkwaliteit en ecologie
Hoofdstukken